Zes tips om jou handvatten te geven bij het opvoeden. 

Laat het goede voorbeeld zien
Kinderen leren door te imiteren. Ze imiteren belangrijke andere personen in hun leven. Mensen die dichtbij hen staan en waar ze veel mee omgaan. Imitatieleren is de eerste vorm van leren van een mens. Kijken hoe een ander het doet en dan zelf na doen. Modelleren noemen we dat ook wel. 

Wees een (bege)leider
Leiden en begeleiden is het sleutelwoord in de verschillende levensfasen van een kind. Eerst ben je een leider en opvoeder en na het twaalfde levensjaar gaat je rol als ouder over in een begeleider, een coach en mentorrol. Leiden doe je door iemand voor te gaan op een zachte vriendelijke manier. Niet door te intimideren of agressief te zijn. Dat soort leiderschap kweekt verzet en rebellie.

Ben jij de ondersteuner?
Een kind kan eerst nog niet zelfstandig zijn of haar leven, leven. Het heeft ondersteuning nodig op allerlei gebieden; financieel, psychisch, fysiek etc. Je bent de verzorger, je zorgt voor voldoende en gezond eten, dat je kind onderwijs krijgt, dat het goed verzorgd wordt als het gaat om de gezondheid. Je wilt ze ondersteunen in het gezond opgroeien, zowel lichamelijk als geestelijk. 

Moedig je kind aan
Om nieuwe dingen te leren of te ondernemen, heeft je kind positieve aanmoediging nodig i.p.v. dreiging met iets negatiefs. je wilt dat je kind zelfvertrouwen krijgt en dat lukt niet als je voortdurend kritiek levert of het bang maakt voor allerlei 'rampen die er zullen gebeuren, als het niet doet wat jij wilt of zegt. Aanmoedigen houdt in dat je het leuk maakt om nieuwe dingen uit te proberen. Op die manier kan het leren en succes ervaren. 

Gidsen door het leven
Elke levensfase vraagt een verschillende aanpak. Jij bent meer ervaren dan je kind want je hebt het zelf allemaal meegemaakt. Probeer je te verplaatsen in je kind en laat de wereld aan hem of haar zien. Begin klein met de eigen omgeving, het dorp, de stad, het land en tenslotte het buitenland. Leer je kind wat het nodig heeft om goed om te gaan met moeilijkheden, problemen of conflicten. Je kan je kind niet altijd beschermen tegen nare dingen maar je kan het wel leren hoe hij of zij er goed mee om kan gaan.

Benadruk wat goed gaat of wel mag
We neigen vaak naar het negatieve door te verbieden en te straffen als het niet gaat zoals we willen. Beter is om te benadrukken wat wel mag of wat wel goed gaat. Je kan beter zeggen: ga maar op de bank zitten i.p.v. niet springen op de bank. Het woordje 'niet' geeft weinig effect in de hersenen. Een complimentje over iets wat goed gaat, geeft zelfvertrouwen en motiveert om het 'goede' te doen. Een high five of aai over de bol, laat waardering en geborgenheid blijken.

Luisteren zonder te preken
Misschien nog wel de moeilijkste van alle tips. Luister naar je kind, naar wat het nodig heeft, wat het wilt. Het is belangrijk dat je teruggeeft wat je hebt gehoord zodat het kind zich gehoord en gezien voelt ook al zal je niet altijd overal aan toegeven of in toestemmen. Toon begrip voor zijn of haar gevoelens en emoties als het verdrietig is, teleurgesteld of boos. Benoem ze zodat het ze leert (her)kennen en dat het zelf uiteindelijk de eigen emoties en gevoelens goed kan reguleren.

0
0
0
s2sdefault